Bijmengverplichting groen gas
De bijmengverplichting groen gas verplicht energieleveranciers om elk jaar meer groen gas te leveren, zodat de productie in Nederland groeit. Het idee komt uit het coalitieakkoord van 2021 en is sindsdien twee keer uitgesteld en afgezwakt. Begin oktober 2026 moet de Tweede Kamer erover stemmen; de steun is onzeker en de beoogde start op 1 januari 2027 staat onder druk.
Gecontroleerd op
Kort samengevat
- De plicht ligt bij gasleveranciers; zij moeten jaarlijks groengaseenheden inleveren of de verplichting afkopen.
- Het doel loopt op van 0,63 Mton CO2-reductie in 2027 naar 2,85 Mton in 2031, ongeveer 0,84 miljard kubieke meter groen gas.
- Het kabinet rekent voor ruim een derde op mestvergisting en beloont vergisting van verse mest extra.
- De meerkosten voor een huishouden zijn maximaal ongeveer 90 euro per jaar in 2031, volgens het kabinet.
- LTO, BBB, PRO en andere partijen zijn kritisch over buitenlands groen gas, mestbeschikbaarheid, kosten en de glastuinbouw.
- Beoogde startdatum (nog niet zeker) per 6 oktober 2026
- 1 januari 2027 [1]
- Verplichte CO2-ketenemissiereductie in 2027 per 21 mei 2026
- 0,63 Mton [2]
- Verplichte CO2-ketenemissiereductie in 2030 (ca. 0,53 bcm groen gas) per 21 mei 2026
- 1,91 Mton [2]
- Verplichte CO2-ketenemissiereductie vanaf 2031 t/m 2035 (ca. 0,84 bcm groen gas) per 21 mei 2026
- 2,85 Mton [2]
- Productie groen gas in Nederland in 2024 per 31 december 2024
- 0,3 bcm [3]
- Maximale meerkosten per huishouden in 2031 (bij ca. 1.000 m3 gas) per 21 mei 2026
- 90 euro per jaar [2]
- Streefhoogte afkoopprijs (buy-out) per 21 mei 2026
- 450 euro per ton CO2 [2]
- Aandeel mestvergisting in de productiemix waarop het doel is gebaseerd per 21 mei 2026
- 36 % [2]
- Oorspronkelijk doel volgens coalitieakkoord Rutte IV (2030) per 1 juli 2022
- 1,6 bcm [4]
Laatste nieuws
Bijmengplicht groen gas onzeker, vrees voor intensievere melkveehouderij
Nieuwe investeringsfondsen voor duurzame stallen en mestvergisting
Wat is de bijmengverplichting groen gas? [2] [5] [6]
De bijmengverplichting groen gas is een wetsvoorstel dat energieleveranciers verplicht om elk jaar een groeiend deel van hun gaslevering te vergroenen met groen gas. Groen gas is gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, maar gemaakt uit hernieuwbare bronnen, zoals mest, gft en andere reststromen.
Het voorstel heet officieel de Wet bijmengverplichting groen gas (Kamerstuk 36 947). Het wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten.
Wie is verplicht?
De plicht rust op gasleveranciers, niet op boeren of andere afnemers. Het gaat om leveranciers die via het gasnet gas leveren aan afnemers binnen het nieuwe Europese emissiehandelssysteem ETS2: de gebouwde omgeving (woningen, kantoren, scholen), het wegvervoer (CNG-vulstations) en de kleine industrie. Ook de glastuinbouw valt eronder.
Hoe werkt het?
- Leveranciers moeten jaarlijks een hoeveelheid groengaseenheden (GGE's) inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Eén GGE staat voor één kilogram CO2-ketenemissiereductie.
- De verplichting wordt uitgedrukt in CO2-reductie over de hele keten, niet in kubieke meters. Groen gas met een grote klimaatwinst, zoals gas uit verse mest, levert daardoor meer eenheden op.
- Elke leverancier krijgt een deel van de totale verplichting naar rato van zijn marktaandeel.
- Groen gas uit andere EU-landen telt ook mee.
- Leveranciers kunnen hun verplichting geheel of gedeeltelijk afkopen (buy-out). Het kabinet noemt als streefhoogte 450 euro per ton CO2.
De verplichting zou op 1 januari 2027 ingaan. Of die datum haalbaar is, hangt af van de stemming in de Tweede Kamer en de behandeling in de Eerste Kamer.
Hoe is de bijmengverplichting tot stand gekomen? [1] [2] [3] [4]
Het idee voor een bijmengverplichting is ouder dan het huidige wetsvoorstel. Het is in vier stappen ontstaan.
Routekaart en Klimaatakkoord
In de Routekaart Groen Gas (2020) werd een bijmengverplichting al genoemd als mogelijk extra instrument om de productie van groen gas te verhogen. Bij het Klimaatakkoord is gekeken in welke sector de vraag naar groen gas het best gestimuleerd kon worden; de gebouwde omgeving kwam daar als meest logische sector uit. CE Delft onderzocht in 2022 hoe zo'n verplichting eruit kon zien.
Coalitieakkoord Rutte IV
De coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie sprak zich in het coalitieakkoord van eind 2021 uit voor een bijmengverplichting van 20 procent groen gas in de gebouwde omgeving in 2030, naar verwachting 1,6 miljard kubieke meter (bcm). Minister Jetten (Klimaat en Energie) werkte dat in juli 2022 uit: de verplichting zou per 2025 ingaan.
Uitstel en bijstelling
Daarna liep het traject vertraging op:
- Het concept ging in de zomer van 2023 in internetconsultatie. Uit de sector kwam kritiek dat werd uitgegaan van een onrealistische hoeveelheid mest.
- De Europese Commissie maakte in augustus 2024 bezwaar: een verplichting alleen voor in Nederland geproduceerd groen gas zou het vrije verkeer van goederen belemmeren. Daarom telt nu ook groen gas uit andere EU-landen mee.
- De doelgroep werd verbreed van kleinverbruikers naar alle gasafnemers binnen ETS2.
- In het voorjaar van 2025 besloot het kabinet onder minister Hermans de start een jaar uit te stellen tot 2027 en het opbouwpad met 25 procent te verlagen, om de meerkosten voor afnemers te beperken.
In totaal is de start twee keer uitgesteld. Minister Van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) diende het wetsvoorstel op 21 mei 2026 in bij de Tweede Kamer.
Wie zijn erbij betrokken? [2] [7] [8] [9] [10] [11]
Overheid
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei: verantwoordelijk voor het wetsvoorstel. Huidige minister is Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66).
- Nederlandse Emissieautoriteit (NEa): voert de verplichting uit, beheert het register voor groengaseenheden en houdt toezicht.
- Raad van State: adviseerde op 18 maart 2026 en vroeg onder meer aandacht voor toezicht op geïmporteerd groen gas en voor de evaluatie.
- Europese Commissie: dwong af dat ook groen gas uit andere lidstaten meetelt.
Voorstanders van snelle invoering
In juni 2026 riep een brede alliantie van groengasproducenten, netbeheerders, provincies, financiële instellingen en energieleveranciers de Tweede Kamer op het voorstel snel te behandelen, zodat de start per 1 januari 2027 haalbaar blijft. Netbeheer Nederland en Platform Groen Gas maken daar deel van uit.
Kritische partijen
- LTO Nederland steunt opschaling van groen gas, maar waarschuwt dat de verplichting vooral wordt ingevuld met bestaande installaties of buitenlandse certificaten. Op 6 oktober 2026 riep LTO de Kamer op tegen te stemmen.
- Zestien natuur-, boeren-, gezondheids- en dierenwelzijnsorganisaties vrezen dat grootschalige mestvergisting de extensivering van de veehouderij bemoeilijkt.
- In de Tweede Kamer waren onder meer BBB, ChristenUnie, JA21, SGP en PRO kritisch, om uiteenlopende redenen: de beschikbaarheid van mest, de kosten voor huishoudens, de glastuinbouw en het risico op intensivering van de veehouderij.
Uitvoering en handhaving [2] [6] [12]
Groengaseenheden
Producenten van groen gas krijgen voor hun productie certificaten: garanties van oorsprong en duurzaamheidsbewijzen. Daaruit worden in een register bij de NEa groengaseenheden (GGE's) aangemaakt. Leveranciers kopen die eenheden en leveren ze elk jaar in. Hetzelfde groen gas mag niet ook nog eens meetellen voor de verplichting in het vervoer (de brandstoftransitieverplichting).
Duurzaamheid
Het groen gas moet voldoen aan de duurzaamheidseisen van de Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED). Gas dat al subsidie krijgt, zoals via de SDE++, telt niet mee voor de verplichting.
Flexibiliteit
- Afkopen (buy-out): een leverancier kan zijn verplichting afkopen. Het geld gaat naar de schatkist. Het kabinet noemt 450 euro per ton CO2 als streefhoogte; volgens de consultatieversie van de ministeriële regeling stijgt dat bedrag met 2 procent per jaar.
- Sparen: maximaal 10 procent van de jaarverplichting mag naar het volgende jaar worden meegenomen.
Toezicht en sancties
De NEa houdt toezicht. Na de nota van wijziging van 3 september 2026 kan de NEa een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen. Die boete kan oplopen tot het maximum van de zesde categorie of 10 procent van de jaaromzet, als dat meer is. Een inboeker van groen gas die drie of meer keer in de fout gaat, kan tijdelijk worden uitgesloten van het register.
Details in lagere regelgeving
De hoogte van de jaarlijkse verplichting wordt vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Ook de exacte hoogte van de buy-out en de rekenregels volgen in een AMvB en een ministeriële regeling.
Wat betekent het voor boeren en transporteurs? [1] [2] [3] [9] [10] [11] [13] [14]
De verplichting rust op energieleveranciers. Boeren, transporteurs en loonbedrijven krijgen er dus geen directe plicht bij. Ze merken de gevolgen wel op andere manieren.
Veehouders en mestvergisting
Het kabinet rekent voor de opschaling voor een groot deel op mestvergisting. In de berekening van het doel is uitgegaan van 36 procent mestvergisting, 36 procent vergassing en 27 procent overige technieken. Omdat de verplichting stuurt op CO2-reductie in de hele keten, wordt vergisting van verse mest extra beloond: de vermeden methaanuitstoot uit de stal telt mee. Volgens de regering verbetert dat de business case voor mestvergisting aanzienlijk, en sluit het goed aan bij kleine erfvergisters.
Daar staan zorgen tegenover:
LTO wijst erop dat vergunningen voor mestvergisters moeilijk te krijgen zijn; recent vernietigde de rechter de vergunningen van achttien mestvergisters. Ook netcapaciteit en stikstofruimte zijn knelpunten.
Omdat ook buitenlands groen gas meetelt, is niet zeker dat de vraag terechtkomt bij Nederlandse boeren.
BBB stelt als voorwaarde dat mestvergisting een echt mestoverschot oplost en dat mest beschikbaar blijft voor akkerbouwers.
PRO en een groep maatschappelijke organisaties vrezen dat stimulering van mestvergisting een financieel belang schept bij het in stand houden van de intensieve veehouderij.
Digestaat
Bij mestvergisting blijft digestaat over. Op termijn kan het stikstofdeel daarvan kunstmest vervangen (als RENURE), wat de verwerking van digestaat aantrekkelijker kan maken.
Glastuinbouw
Tuinders vallen onder ETS2 en dus ook onder de bijmengverplichting. Het kabinet heeft beloofd de sector te compenseren voor de extra lasten. Een voorstel om warmtekrachtkoppelingen (WKK's) uit te zonderen noemt de minister onuitvoerbaar.
Transport
Leveringen aan CNG-vulstations vallen onder de verplichting. Hierdoor kan concurrentie ontstaan om groen gas tussen de bijmengverplichting en de bestaande verplichting in het vervoer, die in de praktijk vaak met bio-CNG wordt ingevuld. Dubbeltelling is niet toegestaan.
Hoe gaat het verder? [1] [6] [11] [15] [16] [17] [18]
Stemming in de Tweede Kamer
Op 29 september 2026 stemde de Tweede Kamer over de moties bij het wetsvoorstel. De stemming over de wet zelf en de amendementen werd op verzoek van onder meer PvdD, VVD en CDA een week uitgesteld, naar 6 oktober 2026. Minister Van Veldhoven zei op 2 oktober 'vertrouwen' te hebben dat de wet het haalt. De uitkomst stond bij het schrijven van dit concept nog niet vast.
Amendementen die de wet kunnen veranderen
Er liggen tientallen amendementen. Enkele die het karakter van de wet veranderen:
- Grinwis (ChristenUnie) en Van den Berg (JA21): start niet eerder dan 1 januari 2028.
- Van den Berg (JA21): een wettelijk plafond voor de afkoopprijs van 0,45 euro per groengaseenheid (450 euro per ton CO2), zonder indexatie.
- Flach (SGP): alleen groen gas meetellen dat in Nederland is geproduceerd en ingevoed, en gasverbruik boven 25.000 m3 per afnemer uitzonderen.
Eerste Kamer en ingangsdatum
Na de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer instemmen. Daarna volgen de algemene maatregel van bestuur en de ministeriële regeling. Het kabinet noemde de route naar 1 januari 2027 al 'krap'. BBB-Kamerlid Vermeer zei op 29 september dat met het uitstel van de stemming de ingangsdatum die nu in de wet staat, niet kan doorgaan.
Na 2031
Het doel loopt op tot 2,85 Mton CO2-reductie in 2031 en blijft daarna tot en met 2035 gelijk. De Kamer nam een motie aan om uit te gaan van een looptijd tot 2040. Een evaluatie is voorzien in 2029.
Tijdlijn
-
CE Delft onderzoekt ontwerp en effecten van een bijmengverplichting [19]
In opdracht van het Rijk onderzocht CE Delft hoe een bijmengverplichting groen gas voor de gebouwde omgeving kan werken, inclusief de optie uit het coalitieakkoord.
-
Minister Jetten kondigt bijmengverplichting aan met start in 2025 [4]
In een Kamerbrief legt minister Jetten de hoofdlijnen vast: 1,6 bcm groen gas in 2030 en een start per 2025 met 150 miljoen m3.
-
Kabinet werkt beleidskeuzes voor de bijmengverplichting verder uit [20]
Minister Jetten informeert de Kamer over de inhoudelijke keuzes voor de vormgeving van de verplichting.
-
Conceptwetsvoorstel in internetconsultatie [21]
Het concept van de verplichting voor groen gas ligt tot 8 september 2023 open voor reacties.
-
Europese Commissie maakt bezwaar tegen alleen Nederlands groen gas [3]
In een uitvoerig gemotiveerde mening stelt de Commissie dat beperking tot Nederlands groen gas het vrije verkeer van goederen belemmert. Het voorstel wordt daarop aangepast.
-
Kabinet stuurt onderzoek naar meerkosten van de bijmengverplichting naar de Kamer [3] [22]
In deze brief noemt het kabinet maximale meerkosten van 12 cent per m3 gas in 2030.
-
Kabinet stelt start uit tot 2027 en verlaagt opbouwpad met 25 procent [3] [23]
Bij de voorjaarsbesluitvorming besluit het kabinet de verplichting een jaar later te laten ingaan en minder steil te laten oplopen, om de kosten voor afnemers te beperken.
-
Raad van State brengt advies uit over het wetsvoorstel [7]
De Raad adviseert het voorstel aan te passen, onder meer op het toezicht op geïmporteerd groen gas en de evaluatie.
-
Minister Van Veldhoven dient het wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer [5]
De Wet bijmengverplichting groen gas (36 947) wordt ingediend met als beoogde start 1 januari 2027.
-
Brede alliantie vraagt Kamer om snelle behandeling [8]
Groengasproducenten, netbeheerders, provincies, financiers en energieleveranciers vragen de Kamer direct na het zomerreces te stemmen.
Veelgestelde vragen
Wanneer gaat de bijmengverplichting in?
Het kabinet wil dat de verplichting op 1 januari 2027 ingaat. Dat is nog niet zeker.
- Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden aangenomen. De Tweede Kamer stelde de stemming over de wet op 29 september 2026 een week uit.
- Het kabinet noemt het tijdpad naar 1 januari 2027 zelf 'krap'.
- Een amendement van ChristenUnie en JA21 wil de start uitstellen tot op zijn vroegst 1 januari 2028.
De start is al twee keer eerder uitgesteld: oorspronkelijk was 2025 het plan.
[1] [4] [16]Wiens idee was de bijmengverplichting?
De bijmengverplichting komt uit het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV (VVD, D66, CDA en ChristenUnie, eind 2021). Daarin stond een verplichting van 20 procent groen gas in de gebouwde omgeving in 2030.
Het instrument werd eerder al genoemd in de Routekaart Groen Gas uit 2020 en onderzocht door CE Delft. Minister Rob Jetten (D66, Klimaat en Energie) werkte het in 2022 en 2023 uit. Zijn opvolger Sophie Hermans (VVD) stelde het in 2025 bij. Minister Stientje van Veldhoven (D66, Klimaat en Groene Groei) diende het wetsvoorstel in mei 2026 in.
[3] [4] [5] [20]Hoeveel duurder wordt de gasrekening?
Het kabinet schat de maximale meerkosten op 9 cent per kubieke meter in 2031. Bij een verbruik van ongeveer 1.000 m3 is dat zo'n 90 euro per jaar voor een huishouden.
Dat is een bovengrens, gebaseerd op de afkoopprijs (buy-out). Volgens het kabinet vallen de werkelijke kosten waarschijnlijk lager uit, onder meer omdat ook groen gas uit andere EU-landen mag worden ingezet. In de jaren voor 2031 is de verplichting lager en daarmee ook de maximale meerkosten.
Tegenstanders, zoals LTO, wijzen erop dat huishoudens en bedrijven betalen zonder garantie dat de Nederlandse productie van groen gas groeit.
[2] [9]Telt groen gas uit het buitenland ook mee?
Ja, groen gas uit andere EU-lidstaten telt mee. Oorspronkelijk wilde het kabinet alleen Nederlands groen gas laten meetellen, maar de Europese Commissie vond in augustus 2024 dat dit het vrije verkeer van goederen onterecht belemmert. Het voorstel is daarop aangepast.
Dit is een van de belangrijkste kritiekpunten van LTO en een deel van de Kamer: de vraag kan dan deels naar buitenlandse producenten gaan. SGP-Kamerlid Flach diende een amendement in om alleen in Nederland geproduceerd en ingevoed groen gas te laten meetellen. Het kabinet wijst erop dat dit in strijd kan zijn met Europees recht.
[2] [3] [17]Welke drempels zijn er onderweg geweest?
Het voorstel liep sinds 2022 tegen een reeks drempels aan:
- Te hoog doel. In de internetconsultatie van 2023 kwam kritiek dat het doel uitging van een onrealistische hoeveelheid mest. Het doel ging van 1,6 bcm in 2030 naar 2,85 Mton CO2-reductie (ongeveer 0,84 bcm) in 2031.
- Europese Commissie. In augustus 2024 maakte de Commissie bezwaar tegen het uitsluiten van buitenlands groen gas. Het voorstel moest worden aangepast.
- Kosten. Na een onderzoek naar de meerkosten (januari 2025) besloot het kabinet in 2025 de start een jaar uit te stellen en het opbouwpad met 25 procent te verlagen.
- Doelgroep en glastuinbouw. De doelgroep werd verbreed naar alle gasafnemers binnen ETS2, inclusief de glastuinbouw. Die sector moet worden gecompenseerd.
- Raad van State. Het advies van maart 2026 vroeg om aanpassingen, onder meer over toezicht op geïmporteerd groen gas.
- Tweede Kamer. In september 2026 bleek de steun onzeker. Zorgen gingen over mest, intensivering van de veehouderij, kosten en de glastuinbouw. De stemming werd uitgesteld.
Leidt de bijmengverplichting tot meer intensieve veehouderij?
Daarover verschillen de meningen; een eenduidig antwoord is er niet.
- PRO en zestien natuur-, boeren-, gezondheids- en dierenwelzijnsorganisaties vrezen dat stimulering van mestvergisting een financieel belang schept bij het behouden van veel vee, en dat mest minder beschikbaar komt voor het land.
- Een motie van PRO om te onderzoeken of SDE++-subsidies voor mestvergisting tot zo'n 'lock-in' leiden, werd op 29 september 2026 verworpen.
- BBB wijst juist op het omgekeerde risico: beleid dat leidt tot minder vee betekent ook minder mest voor vergisting.
- Het kabinet stelt dat de rekenmethode vooral vergisting van verse mest en korte ketens beloont.
Is dit hetzelfde als het bijmengen van biobrandstof in diesel?
Nee. De bijmengverplichting groen gas gaat over gas dat via het gasnet wordt geleverd. Voor brandstoffen in het vervoer, zoals diesel en benzine, geldt een aparte regeling: de brandstoftransitieverplichting (vroeger jaarverplichting energie vervoer).
De twee raken elkaar alleen bij groen gas voor voertuigen (bio-CNG). Dezelfde hoeveelheid groen gas mag niet voor beide verplichtingen tegelijk worden gebruikt.
[2]Bronnen
- [1] Nota naar aanleiding van het verslag (36 947, nr. 8) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 3 september 2026
- [2] Memorie van toelichting Wet bijmengverplichting groen gas (36 947, nr. 3) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 21 mei 2026
- [3] Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei over groen gas (32 813, nr. 1524) Tweede Kamer · Overheid · 4 juli 2025
- [4] Brief van de minister voor Klimaat en Energie over groen gas (32 813, nr. 1063) Tweede Kamer · Overheid · 1 juli 2022
- [5] Wet bijmengverplichting groen gas (36947) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving
- [6] Amendement van het lid Van den Berg (36 947, nr. 12) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 3 september 2026
- [7] Advies Raad van State over de Wet bijmengverplichting groen gas Raad van State · Overheid · 18 maart 2026
- [8] Brede alliantie roept Tweede Kamer op tot snelle behandeling Wet Bijmengverplichting Platform Groen Gas · Brancheorganisatie · 3 juni 2026
- [9] De bijmengverplichting groen gas: wie legt straks de rekening uit? LTO Nederland · Brancheorganisatie · 6 oktober 2026
- [10] Steun voor bijmengverplichting groen gas onzeker na zorgen over landbouw Biojournaal · Nieuws · 1 oktober 2026
- [11] Stenogram stemmingen Tweede Kamer 29 september 2026 Tweede Kamer · Overheid · 29 september 2026
- [12] Nota van wijziging Wet bijmengverplichting groen gas (36 947, nr. 9) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 3 september 2026
- [13] LTO NL inbreng consultatie regeling bijmengverplichting groen gas LTO Nederland · Brancheorganisatie · 12 augustus 2026
- [14] Appreciatie amendement en toezegging wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas Ministerie van Klimaat en Groene Groei · Overheid · 18 september 2026
- [15] Van Veldhoven: 'vertrouwen' dat wet bijmengen groen gas het haalt Nieuws.nl (ANP) · Nieuws · 2 oktober 2026
- [16] Amendement van de leden Grinwis en Van den Berg (36 947, nr. 10) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 3 september 2026
- [17] Gewijzigd amendement van het lid Flach (36 947, nr. 42) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 25 september 2026
- [18] Amendement van het lid Flach (36 947, nr. 6) Tweede Kamer · Wet- en regelgeving · 3 september 2026
- [19] Bijmengverplichting groen gas. Ontwerpopties en effectenanalyse CE Delft · Kennisinstituut · 1 april 2022
- [20] Kamerbrief over nadere uitwerking bijmengverplichting groen gas Rijksoverheid · Overheid · 14 juli 2023
- [21] Wetsvoorstel jaarverplichting groen gas ter consultatie gelegd Loyens & Loeff · Overig · 25 juli 2023
- [22] Aanbiedingsbrief onderzoek meerkosten en impact bijmengverplichting groen gas Rijksoverheid · Overheid · 13 januari 2025
- [23] Bijmengverplichting groen gas vanaf 2027 Mestverwaarding.nl · Nieuws · 30 april 2025
- [24] Beslisnota aanbieding nader rapport wetsvoorstel Wet bijmengverplichting groen gas Ministerie van Klimaat en Groene Groei · Overheid · 23 april 2026